De annuïteitenhypotheek
Je bruto maandlast blijft gelijk zolang de rente gelijk blijft. In de eerste jaren betaal je vooral rente. Naarmate de schuld daalt, gaat een groter deel van hetzelfde bedrag naar aflossing.
Vergelijk beide vormen in de rekenhulp →
De lineaire hypotheek
Je lost elke maand hetzelfde bedrag af. Omdat de schuld elke maand kleiner wordt, daalt ook de rente. De eerste maandlast is daardoor hoger dan bij annuïteit, de laatste lager.
De totale rente
Bij lineair los je in het begin sneller af. Met dezelfde rente en looptijd betaal je daardoor over de hele looptijd minder rente dan bij annuïteit. De rekenhulp laat beide totalen zien.
De aflossingseis
Voor een lening die je vanaf 1 januari 2013 bent aangegaan, is de rente alleen aftrekbaar als je de lening in ten hoogste 360 maanden ten minste annuïtair aflost. Dat staat in de Wet inkomstenbelasting.
Wat de rekenhulp niet meeneemt
De rekenhulp rekent met één rente over de hele looptijd. In werkelijkheid staat de rente vast voor een rentevaste periode en kan die daarna veranderen. De hypotheekrenteaftrek zit niet in de bedragen.